De laatste begrafenis in de Eusebiuskerk: Sophia Cuncell (1829)

De laatste begrafenis in de Eusebiuskerk: Sophia Cuncell (1829)

Door de jaren heen werden er in de Eusebiuskerk in Arnhem vele honderden mensen begraven, van geestelijken tot vooraanstaande burgers en hun families. Aan dat eeuwenoude gebruik kwam in 1829 een einde. De laatste persoon die er werd bijgezet was geen predikant of edelman, maar een vrouw: Sophia Juliana Cuncell.

Sophia had al jaren vóór haar overlijden haar rustplaats veiliggesteld. In 1817 kocht zij het grafrecht voor grafzerkplaats nummer 8 op het hoogkoor van de kerk. Voor die plek betaalde zij een aanzienlijk bedrag van 110 gulden, wat aangeeft dat zij tot de welgestelde inwoners van Arnhem behoorde.

Op 12 oktober 1829 overleed Sophia op 71-jarige leeftijd. Ze was al 28 jaar weduwe van Johannes Le Grand, een makelaar die met haar in Amsterdam op de Prinsegracht had gewoond. Na zijn overlijden in 1801 verhuisde zij naar Arnhem, waar zij zich vestigde in de Koningstraat. In de officiële stukken wordt zij omschreven als rentenierster, wat erop wijst dat zij van haar vermogen kon leven. Uit haar testament blijkt dat zij inderdaad over aanzienlijke bezittingen beschikte. Daarin worden onder meer een rijk ingerichte woning, gouden sieraden en zilveren bestek vermeld. Het beeld dat hieruit naar voren komt is dat van een zelfstandige vrouw met een comfortabel bestaan, iets wat in het begin van de negentiende eeuw zeker niet vanzelfsprekend was.

Ook de zorg rondom haar begrafenis is tot in detail vastgelegd. Zo werd onder meer 32 gulden betaald aan de metselaar Lansink voor een blauwe hardstenen afdekking op het graf. De uitvaart zelf was een plechtige gebeurtenis: een lijkkoets werd gevolgd door een tweede koets, en de dienst in de Eusebiuskerk werd bijgewoond door beide kosters.

Sophia en haar echtgenoot hadden geen kinderen. Haar nalatenschap werd daarom verdeeld binnen de familie. Het grootste deel van de erfenis ging naar haar zus Bernhardina Amalia Louisa en naar de zonen van haar broer Hendrich: Frederik Zacharias en Carel Frederik Cuncell.

Met haar begrafenis in 1829 kwam een eeuwenoude traditie in de Eusebiuskerk tot stilstand. Voortaan zouden overledenen niet langer binnen de kerk zelf worden bijgezet. Daarmee markeert het graf van Sophia Cuncell niet alleen het einde van een persoonlijk leven, maar ook het einde van een eeuwenlange gewoonte in het hart van Arnhem.

Afbeeldingen:

1. Het deel van de grafzerk (nr. 126) van Sophia Juliana Cuncell dat bewaard gebleven is.

Foto P. Zwetheul

2. Foto van de Koningstraat in Arnhem rond 1860, met op de achtergrond de Eusebiuskerk. Gelders Archief 1501-04_6194 fotograaf onbekend.

3. De notering van grafzerk met nr. 8 op naam van Sophia Juliana Cuncell, op het hoogkoor in de Eusebiuskerk, in de kerkboeken. Gelders Archief 2225_310, folio 0492

4. De locatie van grafzerk met nr. 8 op het hoogkoor op het zerkenplan van Willem ten Haegh. Foto J. v. Dalen.

5. Ondertrouwacte van Johannes le Grand en Sophia Juliana Cuncell. Stadsarchief Amsterdam, ondertrouwregister. Deel 626, periode 1781-1782, folio 453.


Meer weten?
Neem contact met ons op!


2024 - Alle rechten voorbehouden
Powered by Webi it Up