Kerk en zerk

De Eusebius kerk, Arnhem

De geschiedenis van de kerk begint al in de 9e eeuw, met de St. Maartenskerk, waarvan de fundamenten in de crypte te zien zijn. Deze fundamenten werden bij opgravingen na WOII per toeval ontdekt.

De bouw van de huidige Eusebiuskerk begon in 1452 en duurde ruim een eeuw. Karel van Egmond, hertog van Gelre (1467-1538) was nauw betrokken bij de bouw. Zijn praalgraf bevindt zich op het hoogkoor en behoort tot een van de belangrijkste bezienswaardigheden van deze kerk. 

De Eusebiuskerk was van oorsprong een katholieke kerk. Na de Arnhemse reformatie (ca. 1580) werd de kerk Protestants. 

Tijdens de Slag om Arnhem in september 1944, werd de kerk door de bombardementen op de Rijnbrug zeer zwaar beschadigd. Een groot deel van de toren stortte in en kwam terecht op de zerkenvloer van het schip (het middelste gedeelte van de kerk). Veel grafzerken werden toen beschadigd of vernietigd. Na de oorlog besloot men de Eusebiuskerk weer op te bouwen, met een nieuwe verhoogde toren. 
Bezoek de site

Begraven in de kerk

De personen die in de kerk begraven werden waren oorspronkelijk geestelijken, maar later voornamelijk welgestelde, invloedrijke mensen, vaak erg rijk en soms van adel. Het praalgraf van Karel van Egmond staat op het hoogkoor, de belangrijkste, maar ook ‘duurste’ plek om begraven te worden. Hiervoor moest men wel veel geld betalen. De heer Georg Ripperda, wiens koperen grafkist nog in de crypte te bewonderen is, heeft zelfs zoveel betaald, dat hij ‘eeuwig en altijd’ zou mogen blijven liggen in zijn grafkelder.

In 1782 deed het Arnhemse stadsbestuur een poging om het begraven binnen de stad aan banden te leggen. Dit ging niet zonder slag of stoot, de begrafenis van de eerste de beste overledene buiten de stadsmuren leidde tot een oproer. De vrouw in kwestie werd weer opgegraven en binnen de stadsmuren ter aarde besteld. In 1829 bepaalde koning Willem I dat grote steden voortaan hun doden buiten de stad moesten begraven. Voor geestelijken werd hierop nog een uitzondering gemaakt, er zijn nog vijf graven van predikanten bewaard gebleven. Het Franse bestuur verordonneerde in 1798 om de familie wapens van de zerken te verwijderen. In Arnhem heeft men deze verordening goed gevolgd als we de huidige zerken aanschouwen.

Vaak lieten mensen hun zerken maken tijdens hun leven, dan konden ze erop toezien dat de zerk mooi werd. Men wilde ook zeker zijn van een ‘mooi plekje’ in de kerk, zodat vaak de grafplaats al gekocht werd. Soms liet men de zerk ook al plaatsen bij leven, men liet dan de sterfdatum open. Er liggen nog zerken in de kerk waarop de sterfdatum nog steeds ontbreekt.
Bekijk alle zerken

Tombe van Hertog Karel van Gelre en de grafkelder van de Graven van Nassau

Tombe van Hertog Karel van Gelre en de grafkelder van de Graven van Nassau.

Karel van Gelre stierf op 30 juni 1538 in het Hof aan de markt van Arnhem, na jaren samen met Maarten van Rossum te hebben gestreden tegen het machtige Bourgondisch-Habsburgse rijk. Op 30 juli werd hij begraven, zijn testamentaire wens was te worden begraven in het Karthuizerklooster Monnikhuizen. Burgerij, edelen en gilden wilden echter dat hij in de Eusebiuskerk begraven werd. Een tussenweg werd gevonden door zijn gebalsemde lichaam bij te zetten in de Eusebiuskerk, zijn ingewanden gingen naar het klooster Monnikhuizen en zijn hart naar de Minderbroederskerk Franciscanen. De loden kist met zijn beenderen en het kistje met het gebalsemde hart van de hertog werden in 1963 in de grafkelder bijgezet. Zijn graftombe bevindt zich op het hoogkoor.

Ernst van Solms, Philips en Lodewijk Gunther van Nassau.
In 1595 werden de Graven Ernst van Solms Braunsfels en Philips van Nassau Katzenelnbogen in de grafkelder bijgezet. Beiden sneuvelden door verwondingen opgelopen bij de Slag bij de Lippe/Bischlich, tijdens de 80-jarige oorlog. Ze waren beiden actief in het Staatse leger

In 1604 werd de broer van deze laatste, Graaf Lodewijk Gunther van Nassau Katzenelnbogen hier ook begraven, in 1606 gevolgd door zijn vrouw Anna Margaretha van Manderscheid Gerolstein.

Twee koperen schilden dienen als herinnering aan hen en werden in 1924 op het hoogkoor onthuld door H.M. Koningin Wilhelmina. "

Afb. 1: De tombe van Karel van Gelre.
Bron: Gelders Archief, 4137_16085, Jan van Dalen

Afb. 2: De grafkelder in de Eusebiuskerk en een prent van Karel van Gelre.
Bron: Gelders Archief, 4137_16458, Jan van Dalen (groot). Prent, Collectie Gelders Archief, 1551-14-764 (klein).

Afb. 3: Een prent van Lodewijk Gunther van Nassau en wapenborden van Lodewijk Gunther en Philips van Nassau.
Bron: Rijksmuseum, RP-P-OB-105.887 (links). Gelders Archief, 2225-594-027 (rechts).

Ligging zerken

In de loop der jaren zijn diverse grafzerken verplaatst. Als iemand begraven werd moest vaak na een tijdje het graf gehoogd en van nieuw zand voorzien worden, omdat de zerk anders zou verzakken. Ook werd er vaak later nog iemand in het graf begraven, bijvoorbeeld een partner of andere familieleden. De grafrechten gingen over op de erfgenamen, die moesten dan de kerkkosten betalen. Vaak werd na enkele jaren het graf terug gegeven aan de kerk, zodat de kerk de grafplaats weer opnieuw kon verkopen.

De brand in het dak van de Eusebiuskerk in 1633 bracht schade toe aan het praalgraf, maar ook aan de grafzerken. Op een plattegrond van 1888 is te zien dat er in de kerkzaal nog maar weinig zerken lagen. De gevolgen van WO II, met name de Slag om Arnhem, zorgden ervoor dat in april 1945 de toren instortte en op de zerkenvloer terecht kwam. De kerkklokken, stenen en ander puin vernietigde veel zerken. Gelukkig werd er in 1939 nog een grafzerken registratie uitgevoerd door R.T. Muschart.

Bron foto: Brand in de Eusebiuskerk of grote kerk te Arnhem op 25 juni 1633' van Herman Breckerveld, Collectie Museum Arnhemnr. GM 02822, foto Peter Cox
Bekijk de plattegronden

Meer weten?
Neem contact met ons op!


2024 - Alle rechten voorbehouden
Powered by Webi it Up