Tombe van Hertog Karel van Gelre en de grafkelder van de Graven van Nassau.
Karel van Gelre stierf op 30 juni 1538 in het Hof aan de markt van Arnhem, na jaren samen met Maarten van Rossum te hebben gestreden tegen het machtige Bourgondisch-Habsburgse rijk. Op 30 juli werd hij begraven, zijn testamentaire wens was te worden begraven in het Karthuizerklooster Monnikhuizen. Burgerij, edelen en gilden wilden echter dat hij in de Eusebiuskerk begraven werd. Een tussenweg werd gevonden door zijn gebalsemde lichaam bij te zetten in de Eusebiuskerk, zijn ingewanden gingen naar het klooster Monnikhuizen en zijn hart naar de Minderbroederskerk Franciscanen. De loden kist met zijn beenderen en het kistje met het gebalsemde hart van de hertog werden in 1963 in de grafkelder bijgezet. Zijn graftombe bevindt zich op het hoogkoor.
Ernst van Solms, Philips en Lodewijk Gunther van Nassau.
In 1595 werden de Graven Ernst van Solms Braunsfels en Philips van Nassau Katzenelnbogen in de grafkelder bijgezet. Beiden sneuvelden door verwondingen opgelopen bij de Slag bij de Lippe/Bischlich, tijdens de 80-jarige oorlog. Ze waren beiden actief in het Staatse leger
In 1604 werd de broer van deze laatste, Graaf Lodewijk Gunther van Nassau Katzenelnbogen hier ook begraven, in 1606 gevolgd door zijn vrouw Anna Margaretha van Manderscheid Gerolstein.
Twee koperen schilden dienen als herinnering aan hen en werden in 1924 op het hoogkoor onthuld door H.M. Koningin Wilhelmina. "
Afb. 1: De tombe van Karel van Gelre.
Bron: Gelders Archief, 4137_16085, Jan van Dalen
Afb. 2: De grafkelder in de Eusebiuskerk en een prent van Karel van Gelre.
Bron: Gelders Archief, 4137_16458, Jan van Dalen (groot). Prent, Collectie Gelders Archief, 1551-14-764 (klein).
Afb. 3: Een prent van Lodewijk Gunther van Nassau en wapenborden van Lodewijk Gunther en Philips van Nassau.
Bron: Rijksmuseum, RP-P-OB-105.887 (links). Gelders Archief, 2225-594-027 (rechts).





