Deze zerk van formaat 72 x 202 cm, is boven genummerd ‘154’. De zerk is geheel gebeeldhouwd met op de bovenste helft, binnen een ovalen rand, een wapenschild dat met riemen aan de ovalen rand is opgehangen. Onder het schild bevinden zich twee door elkaar gevlochten en in kwasten eindigende koorden. Het familiewapen is van het wapenschild afgehakt.
Op de onderste helft bevindt zich een groot vierkant met versierde rand, daarin is verdiept aangebracht een 7 regelig opschrift in Latijnse letters. Dit opschrift luidt:
“Aº . 1604 . DĒ . 6 . DECMB .
STERF . MR ¯ . WYLEM .
IACOPSEN . BARBYER .
Aº . 1592 . DĒ . 8 . DECEMB .
ST ¯ . ENGEL . DANIELS .
SIN . HF ¯ . GODT . SI . DĪ .
SIEL . GNADICH . “
Uitleg:
'SIN . HF ' betekent 'zijn huisvrouw'
De streepjes boven de diverse letters, zoals bij 'DĒ', duiden op een letter die ontbreekt. Hier moet eigenlijk staan 'DEN'. Zo is het woord 'STERF' op de vijfde regel afgekort tot 'ST ¯', waarbij het streepje op de 'T' staat. Dit gebeurde om ruimte te besparen en zoveel mogelijk tekst op de grafzerk te kunnen plaatsen.
Met ditzelfde doel werden ook vaak letters aan elkaar geschreven. Zo worden in het woord 'BARBYER' de 'A' en de 'R' aan elkaar geschreven, net als in de naam 'DANIELS', daarin worden de 'A' en de 'N' aan elkaar geschreven.
Mr. Willem Jacopsen was getrouwd met Engel Daniels. Willem erfde samen met zijn zus Meth / Metten in 1578 van hun ouders een huis en hofstede gelegen in de Turfstraat en een huis en hofstede, gelegen op de Beek. Mr Willem Jacopsen woonde in 1575 in de Turfstraat en was barbier van beroep.
Een barbier is niet zoals we dat nu kennen een kapper, maar was in de middeleeuwen een veel omvattender beroep. Een barbier hield zich bezig met het scheren, knippen en verzorgen van baarden en snorren, maar ook het trekken van kiezen, aderlaten en andere kleine geneeskundige handelingen. De rood-witte paal bij de ingang van kapperswinkels herinnert aan de zwachtels die na het aderlaten werden uitgehangen om te drogen en in elkaar verstrengeld raakten. Naast de barbier bestond er ook een de chirurgijn, die vaak een uitgebreide geneeskundige opleiding had genoten.
Mr Willem Jacopsen was aangesloten bij het barbiergilde. Zo kwamen Mr Willem Jacopsen, Mr. Henrick Gaijmans, Mr. Evert Everwijn en Jan Poitou, barbieren en gardiaans van het Barbiergilde in 1577 bij elkaar om een geneeskundig onderzoek te verrichten naar het gezwollen, pijnlijke been van Rodolph Mom. (Gelders Archief 2003 402 1045).
Het reglement van het Barbierambt uit het midden der 16e eeuw is bewaard gebleven en bevindt zich in het Gelders Archief (2001-1569)