Waarom staat er ‘B.V.D.Z.’ op sommige grafzerken?

Waarom staat er ‘B.V.D.Z.’ op sommige grafzerken?

Wie oude grafzerken in de Eusebiuskerk aandachtig bekijkt, komt soms een raadselachtige afkorting tegen: B.V.D.Z. Op andere stenen staat zelfs B.G.V.D.Z. Voor hedendaagse bezoekers zeggen deze letters meestal weinig, maar voor mensen in de middeleeuwen was hun betekenis direct duidelijk.

De afkortingen staan voor “Bid voor de ziel” en “Bid God voor de ziel”. Ze vormden een oproep aan iedereen die langs de grafzerk liep om een gebed uit te spreken voor de overledene. Achter deze paar letters schuilt een wereld van geloofsopvattingen die eeuwenlang het dagelijks leven én de omgang met de dood bepaalden.

In de middeleeuwen geloofden katholieken dat de meeste mensen na hun overlijden niet direct naar de hemel gingen. Volgens de leer van de Rooms-Katholieke Kerk kwam de ziel eerst terecht in het vagevuur. Daar werd zij gereinigd van zonden en tekortkomingen die tijdens het aardse leven nog niet waren uitgeboet. Pas daarna kon de ziel worden toegelaten tot de hemel.

Voor de nabestaanden betekende dit dat zij nog iets konden doen voor hun overleden familieleden. Door te bidden voor hun zielenheil vroegen zij God om genade en vergeving. Men geloofde dat zulke gebeden de tijd die een ziel in het vagevuur moest doorbrengen konden verkorten. Het lot van de overledene was dus niet volledig afgesloten; de levenden konden nog altijd een helpende hand bieden.

Dat verklaart ook waarom veel mensen veel waarde hechtten aan een graf in de kerk zelf. Een grafzerk op een drukbezochte plek werd dagelijks gezien door kerkgangers, bezoekers en geestelijken. Elke voorbijganger die de oproep op de steen las en een kort gebed uitsprak, leverde volgens de toenmalige overtuiging een bijdrage aan het zielenheil van de overledene.

De letters B.V.D.Z. waren daarmee veel meer dan een eenvoudige inscriptie. Ze vormden een brug tussen de wereld van de levenden en die van de doden. De grafzerk was niet alleen een herinnering aan iemand die was gestorven, maar ook een verzoek om hulp, gericht aan iedereen die de steen passeerde.

Na de Reformatie in de zestiende eeuw veranderde deze manier van denken ingrijpend. Protestanten verwierpen het geloof in het vagevuur en daarmee ook het idee dat gebeden van nabestaanden invloed konden hebben op het lot van de overledene. Toch bleven veel oudere grafzerken bewaard. Daardoor zijn de mysterieuze letters vandaag nog altijd zichtbaar in kerken als de Eusebiuskerk.

Nu zien we slechts enkele letters in steen. Voor de mensen die ze lieten aanbrengen, vertegenwoordigden ze echter een diepgewortelde hoop: dat gebed, geloof en Gods genade een geliefde dichter bij de hemel konden brengen.

Afbeeldingen:

1. De letters “B.V.D.Z.” op grafzerk (nr. 60) van Wilhelmus van Amstell, Aellit van Berk en Henrick van Schevinchaven. Foto J. v. Dalen

2. De tekst “BIDT . V . DIE . ZIELE” op grafzerk (nr. 114) van Johan Harnsmaker en Stijn van Daele. Foto Rijksdienst Cultureel Erfgoed, nr. 04836

 3. De tekst “BIDT . V . DE . ZIELE “ op grafzerk (nr. 82) van Elysabeth Engelen. Foto J. v. Dalen

4. De tekst “BID VOOR DE ZIEL” op het bidprentje van Anna Maria van Baerle, grafzerk nr. 67 

5. Afbeelding ‘redding van een ziel uit het vagevuur’ van Isabella Piccini (1654-1734). Collectie Rijksmuseum. RP-P-1944-2973. Vijf zielen in het vagevuur. Eén van hen wordt door een engel uit het vuur gered en naar ‘boven’ meegenomen.


Meer weten?
Neem contact met ons op!


2024 - Alle rechten voorbehouden
Powered by Webi it Up