Een grafsteen vol kinderleed

Een grafsteen vol kinderleed

Achter sommige van de mooie, rijk versierde grafzerken gaan verhalen schuil die verrassend persoonlijk zijn. Dat geldt zeker voor de grafzerk van Martinus Goris en zijn vrouw Josina Lamers, een steen die niet zozeer hun eigen leven herdenkt, maar vooral het verlies van hun kinderen.

Martinus Goris en Josina Lamers trouwden in 1598 en kregen samen zeven kinderen. Zoals zoveel ouders in de zeventiende eeuw werden zij geconfronteerd met een harde werkelijkheid: niet alle kinderen bereikten de volwassen leeftijd. Vijf van hun zeven kinderen stierven zelfs vóór hun ouders. Hun verdriet staat nog altijd tastbaar verwoord op de grafzerk die zij in de Eusebiuskerk lieten plaatsen. Hierop staat de tekst “hebben met een verandering van de volgorde van sterfelijkheid de bedroefde ouders een steen doen plaatsen”. Die enigszins plechtige formulering verwijst naar iets dat tegen de natuurlijke orde ingaat: niet de ouders werden door hun kinderen begraven, maar de kinderen gingen hun ouders voor in de dood.

Het eerste verlies trof het gezin in augustus 1606. Toen overleed Jacob, drie jaar oud. Nog geen jaar later, op 4 maart 1607, stierf ook het jongste zoontje, Arnold, slechts 1 jaar oud. De jaren verstreken, maar het verdriet bleef het gezin achtervolgen. In 1625 overleed hun dochter Margarita op achtjarige leeftijd. Zij was de enige dochter van het gezin. In datzelfde jaar volgde opnieuw een zware slag: de broers Wilhelm en Johannis overleden op dezelfde dag. Wilhelm was zestien jaar oud, Johannis vijfentwintig.

Wat er precies met de kinderen is gebeurd, weten we niet. Wel is het opvallend dat hun sterfdata samenvallen met perioden waarin de pest in Arnhem heerste. Zowel rond 1606 als rond 1624 werd de stad getroffen door uitbraken van deze gevreesde ziekte. De pest maakte in die tijd talloze slachtoffers, ongeacht afkomst of maatschappelijke positie. Het is goed mogelijk dat de ziekte een rol speelde bij het overlijden van de jonge leden van het gezin Goris.

Dat de verliezen diepe indruk maakten, blijkt uit de manier waarop de ouders hun kinderen herdachten. Zij werden begraven in de Eusebiuskerk onder een grote, rijk versierde grafzerk. Op het bovenste deel prijkt een familiewapen waarin de geslachten van beide ouders zijn verenigd: links het wapen van de familie Goris, rechts dat van de familie Lamers. Het grootste deel van de steen wordt echter ingenomen door een uitvoerige Latijnse tekst waarin de namen en leeftijden van de overleden kinderen zijn vastgelegd.

Ruim vier eeuwen later vertelt deze grafzerk nog steeds hetzelfde verhaal. Niet van rijkdom, status of maatschappelijke positie, maar van ouders die hun kinderen moesten begraven en hun verdriet in steen lieten vereeuwigen. Daarmee vormt het monument een aangrijpende herinnering aan een tijd waarin ziekte en kindersterfte een alledaagse werkelijkheid waren, maar waarin het verlies van een kind niet minder pijnlijk was dan nu.


Afbeeldingen

De tekst op de grafzerk met de namen van de kinderen Goris.
Bron: Foto J. van Dalen
Familiewapen van Goris opgetekend in het “Liber Sodalitii Sanctii Lucae” van de Sint Lucasbroederschap, Arnhem.
Bron: Gelders Archief, red. 0351_1 folio 0109
Het familiewapen bovenop het epitaaf in de Eusebiuskerk
Bron: Foto J. van Dalen
Foto van een pest-ordonnantie uitgebracht door de magistraat van Arnhem in 1624. Gedrukt in Arnhem door Jan Jansz.

Meer weten?
Neem contact met ons op!


2024 - Alle rechten voorbehouden
Powered by Webi it Up