Rutgher Tulleken

Kerkmeester

Bongert - echtgenote van Rutgher
Geertruyt Everwyn -
207

Rutger Tulleken - Geertruyt Everwyn - Bongert

Ligging:

Deze zerk nr. 207 is na 1956 verdwenen. In 1888 werd de zerk geregistreerd door Sloet en Van Meurs. Onbekend is waar de zerk zich nu bevindt.

Beschrijving:

De zerk werd niet door Muschart beschreven. Wel werd de zerk beschreven door Sloet en Van Meurs in 1888 als nr. 132. Op basis van deze informatie en de foto volgt de beschrijving van de zerk:

Deze grafzerk van gemiddeld formaat was zwaar beschadigd en had een brede rand met een randschrift in gotische letters. Dit randschrift luidt:

“ INT . IAER . ONS .
HEREN . MVcLIX . DEN . XXII . DACH . FEBRUARY . STERF . (1559)
RUTGHER
TOLLYKE(N) . KERCKMEISTER . DESES . KERCKEN . B.G.V.D.Z."

Buiten de brede rand bevindt zich noch een smalle rand, de buitenste rand, met tekst. De tekst luidt:

“ REYNIER . EVERWYN .
GHIJSBERTSEN . BURGEMESTER . COMT . DESE . GROEF . TOE . OP . DEN .
14 . JUELIUS . 1621 . IS .
GEERTRUYT . EVERWYNS . ALHIER . BEGRAVEN .”

In de hoeken bevonden zich vierpassen, waarin waarschijnlijk de symbolen van de apostelen waren afgebeeld. Het grootste gedeelte van de zerk is bedekt met een wapenschild met dekkleden en een traliehelm, naar rechts kijkend en een helmteken met een antieke vlucht.
Op het onderste gedeelte van de zerk bevindt zich een rechthoekige vorm met een 4 regelig opschrift in gotische letters. Dit opschrift luidt:

ANNO ——
—— DACH —— STERF
(…..) BONGERT
(….) HUISVROU . B . V . D . Z .”

Uitleg: "B.V.D.Z." betekent ‘bidt voor de ziel’ en "B.G.V.D.Z." betekent 'bid God voor de ziel'


Familiegeschiedenis:

Rutgher Tulleken werd circa 1510 geboren en overleed 22 februari 1559. Hij was kerkmeester van de Eusebiuskerk. Zijn vader was Arnt Tulleken (±1484-1556). Rutger trouwde in 1536 met Aleijd Bongart. Waarschijnlijk is de onderste tekst met 'Bongert' voor de echtgenote van Rutger bedoeld geweest. Onduidelijk is of zij hier daadwerkelijk begraven werd, aangezien de ruimte voor haar overlijdensdatum oningevuld is gebleven.

Rutgher Tollyken wordt ook geschreven als Rutger Tollyken / Tulleken / Tolleken / Tullekens / Tollekens
Aleijd Bongart wordt ook geschreven als Aleyd / Alijdt / Nael / Naell van den Bongert / Bongardt

De zerk werd later verkocht aan Reynier Everwijn Ghijsbertsen (Gijsbertszoon) net als de zerk nr. 98, die naast deze zerk heeft gelegen. Bijzonder is dat hier vermeld staat dat de zerk 'toekomt aan Reynier Everwijn', er staat niet dat hij hier begraven ligt. Deze zerk was voor Geertruyt Everwijn, overleden 14 juli 1621.

Na nader onderzoek blijkt dat zerk nr. 98, die helaas verloren is gegaan, voor Reynier Everwijn Gijsbertssoon, burgemeester, was. Hij overleed op 30 mei 1635. Hij werd samen met zijn echtgenote Ermgart Tullekens begraven, alhoewel ook op deze grafzerk haar overlijdensgegevens niet ingevuld zijn.

Reynier Everwijn (1570-1635) werd geboren als zoon van Gijsbert Everwijn. Gijsbert was eerst getrouwd met Gerarda Puenen en voor de tweede keer met Geertrui van Harst, weduwe van Evert Tulleken. Reynier trouwde in 1600 met Ermgard Tulleken (?-1640). Reynier werd in 1610 benoemd tot schepen en was een paar keer burgemeester. Zijn beroep was wijnhandelaar en hij had zelfs klanten in Danzig. Het echtpaar kreeg twee dochters, Hilleke / Hillegonda en Gerritgen / Gerarda. Na het overlijden van Reynier schonken de beide dochters, samen met hun moeder, uit de nalatenschap van hun vader 300 gulden aan het Weesthuis, 200 gulden aan de diaconie en 100 gulden aan het pesthuis. Dat laatste kon het geld goed gebruiken, 1636 was een jaar waarin de pest veel slachtoffers maakte. Reynier was licentmeester.
Licentmeester is iemand die aan het hoofd staat van de dienst van konvooien en licentie, oftewel de invoer- en uitvoerrechten. Met die gelden werd in tijden van oorlog niet alleen de Noordzeevloot betaald, maar ook de schepen die troepen over de rivieren moesten vervoeren of de wacht houden.

Geertruyt Everwijn overleed 14 juli 1621, onduidelijk is wat haar exacte relatie met Reynier was. Het zou goed mogelijk kunnen zijn dat zij zijn zus was.

Bron: AHT, 2021, nr. 2. M. Potjer 'Drie generaties Everwijn, 1575-1650'.


Bijzonderheden:

Deze zerk is verdwenen na WO II. In 1956 werd de zerk nog in de Eusebiuskerk gefotografeerd door de heer G.Th. Delemarre voor de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed. Momenteel bevindt de zerk zich niet in de vloer van de Eusebiuskerk. Wat er met deze zerk is gebeurd is onbekend.


Meer weten?
Neem contact met ons op!


2024 - Alle rechten voorbehouden
Powered by Webi it Up