
De zerk werd door Muschart in 1939 beschreven, ook werd de zerk beschreven door Sloet en Van Meurs in 1888. Op basis van deze informatie en de foto volgt de beschrijving van de zerk:
Deze grote zerk met nummer 60 is voorzien van een randschrift in gotische letters. De zerk raakte beschadigd tijdens WOII en had meerdere breuklijnen. Op de foto is ook te zien dat verschillende delen van de tekstrand afgesleten zijn. In de hoeken eindigt het randschrift in gotische vierpassen met daarbinnen de symbolen van de vier evangelisten. Het randschrift luidt:
" ANNO . DNÏ . XVcL . DIE . VI . MËSIS . JULY . OBYT . JOHĀNES . DE . LERICA .
ET . UXOR ....
BETTA . DE . LERICA . OBYT . ANO . XXXIII . DIE . XV . SEPTEMBRIS ."
Binnen de rand bevindt zich op de bovenste helft een wapenschild. Het familiewapen is van het schild afgehakt.
Uitleg: "UXOR" is latijn voor echtgenote of vrouw.
Over Johannes en Betta de Lerica is geen informatie gevonden. De grafzerk is wel teruggevonden in de kerkboeken van de Hervormde Gemeente Arnhem, onder nr. 60. Helaas zonder extra informatie over nabestaanden, enz.
Volgens het randschrift zou Johannes de Lerica overleden zijn op 6 juli 1550 en Betta zou overleden zijn op 15 september 1533.
--